van A aan B

Posted on Posted in A B

A

Totaal onnodig, ik weet ‘t, maar soms voel ik de behoefte om d.m.v. ‘n kleine metafoor of ‘n omslachtige vergelijking iets te omschrijven…

Daar moest ik aan denken toen me een opmerking van mijn vader te binnenschoot, die hij afvuurde als ik geen zin had in mijn huiswerk.

“Nou, dan laat je het toch lekker, ze hebben altijd caissières nodig in een supermarkt…” Zò denigrerend, alsof die dom zijn…

Ok, terug naar mijn behoefte iets onnodigs te zeggen en dat was toevallig in de supermarkt.

Tijdens het volproppen van mijn boodschappentassen vroeg ik vrolijk “ook nog graag twee kabouters om mijn tassen te dragen” aan de cassière (tassen, te zwaar voor mij, heeft u ‘m?).

De caissière had ‘m niet.. “Kabouters, uh, was dat een aanbieding?” (ze kon òf steengoed acteren, òf ze had ook een hekel aan huiswerk gehad).

“Uh”, zei ik, nog hopend dat zij briljant acteerwerk vertoonde, “nou, geen idee, het leek me voor nu gewoon handig”. Bewust gaf ik een onnozel antwoord waardoor ik hoopte dat ze…

Nope… Ze ging door; “Heeft u t in de actiefolder zien staan?”

Nog voor ik antwoord kon geven vroeg ze aan haar collega een folder en begon te bladeren.. “Wat zoek je Nel?”

“Die mevrouw zoekt kabouters voor d’r boodschappen, weet jij of die in de actiefolder hebben gestaan, want ik denk dat ze zijn uitverkocht”

“Misschien in een ander filiaal nog Nel”.

Als de rij achter me niet steeds langer zou zijn geworden, zou ik toen al hard hebben willen lachen, maar toen ik oogcontact zocht met andere klanten in mijn rij, ving ik bot.. Ik kon onmogelijk nog zeggen dat ‘t alleen maar een andere manier was om te zeggen, jemig wat zijn mijn tassen zwaar..

Als kers op de taart was haar toegift; “Als het een actie-artikel is, gaat het altijd heel snel.” “U kunt beter naar een groter filiaal gaan, wij hebben niet het gehele assortiment “… Ik ging met mijn tassen, die ik zelf droeg, richting uitgang.

Ik weet zeker dat ik nooit zo hard zou hebben kunnen lachen als de caissière cum laude meester in de rechten zou zijn afgestudeerd..

B

Ha, ik ga voortaan met jou boodschappen doen dan weet ik tenminste zeker dat ik niet in een grijze muis verander. Of misschien is het daar al te laat voor?

 

Ik slijt mijn dagen tegenwoordig in de pittoreske Bijlmer.

Ik sta om 6.30 uur op en kom om 6.30 uur thuis en het hoogtepunt van mijn dag is het kwispelende staartje van mijn hondje die mij trouw iedere dag voor de deur opwacht.

Ik heb een opdracht aangenomen bij een saaie verzekeringskantoor. Het werk is volledig onder mijn niveau en dus de pay cheque ook. In de eerste instantie zou het om zes weken gaan en de hypotheek moet toch betaald worden dus ik dacht: “what the heck”.

Nu zes maanden later zie ik iemand anders als ik in de spiegel kijk.

Tuurlijk moet ik dankbaar zijn dat ik werk heb, maar kantoorleven blijft toch ‘n dingetje.

Uitdrukkingsloos en gekleed in een kantooruniform stap ik iedere ochtend, met duizenden anderen, in de metro. Ze hebben bij de aanschaf van de nieuwe metrostellen bedacht dat het effectiever zou zijn als men niet naast elkaar maar tegenover elkaar gaat zitten. Weg privacy. Niet dat je daarvoor kon verblijven in je eigen ruimte, maar nu is die kans helemaal verkeken.

Afhankelijk van welk tijdstip je de metro neemt (en vergis je niet, 5 minuut eerder of later is dag en nacht verschil in metroland), heb je wel of geen zitplaats. Staan is minder comfortabel, de hele trip neemt toch zo’n 35 minuten in beslag, maar heeft als voordeel dat je niet het onderwerp van bekijks bent voor de mede-metroreizigers.

Hoe vroeger je gaat, hoe carrière-minded het publiek en hoe meer kantoorgekleed hoe harder ze de ellebogen gebruiken om een zitplaats te bemachtigen. Kortom, het type waar wij voor ons plezier geen biertje mee gaan drinken.

Hoe later je de metro neemt, hoe creatiever de looks en hoe relaxter het volk. Maar. Er is altijd een “maar” als het om kantoorleven gaat. Later beginnen betekent ook later eindigen. En vanaf het moment dat de klok vier uur slaat, vertrekken gaan de eerste collega’s richting huis om je luid en vooral duidelijk een “goeie avond” te wensen.

Vanaf dat moment kruipt de tijd voort als een slak die een moonwalk doet; je doet een werkje en kijkt op de klok: 16:10, je kopieert wat een bezoekt het toilet: 16:12. Voordat het zes uur is heb je al zeven levens geleden dus dan toch maar je ‘s morgens schrap zetten en de naaldhakken en de ellebogen van de carrière-bitches bevechten.

Een ander raar kantoorfenomeen is het lift-gebeuren. Je hebt een verschil tussen eigen personeel en ander personeel van het kantoorgebouw. Deze schijn je anders te benaderen en hoe je je gedraagt wordt bepaald door degene met wie je in de lift staat.

Het protocol, zover als ik dit de afgelopen maanden heb kunnen aanschouwen, gaat als volgt: je stapt in, zegt op gedempte doch optimistische toon “Goedemorgen”, kijkt vervolgens naar de grond, je ademt niet, je verplaatst niet. Bij iedere verdieping kijk je hoopvol op de monitor of het jouw que is om uit te stappen en bij het weggaan roep je, bij eigen personeel “Werk ze”, of “Goedendag” bij vreemd personeel. Opmerkingen, hoe grappig dan ook, worden niet gewaardeerd. Alleen met naaste collega’s kan je nog wel eens je gesprek voortzetten. Maar het is dan aan de andere liftgangers om net te doen alsof dat niet gebeurd. Zij staren dan nog strakker naar de vloer alsof ze daarmee automatisch het geluid uitschakelen. Het heeft mij heel wat boze blikken gekost om daar achter te komen. Dan stap je uit de lift, kijkt niet om en begint de werkdag. Dit herhaal je 5 x per week. Maandag tot en met vrijdag en er komt geen kabouter in het verhaal voor.

“Je kan een andere opdracht zoeken”, hoor ik je zeggen. Is waar, maar geloof me, girl, I tried. Op alles wat ook maar zijdelings aansluit met enige ervaring of capaciteit die ik heb of ooit heb gehad of zou willen hebben, reageer ik. Maar zelfs een persoonlijke afwijzing zit er niet in. Kennelijk zijn mijn reacties doorklieft van wanhoop of heeft de universe besloten dat dit maar even mijn pad moet zijn. Wat het ook is, ik moet er dus nog even mee door. Dus dan maar het beste ervan maken. #kantoorlevenisgeenleven

Dus ben ik bij het koffiezetapparaat de discussie begonnen of handen wassen na het plassen bij dames echt noodzakelijk is. Ervan uitgaande dat je niet over je hand heen pist, is het vasthouden van een stukje toiletpapier toch geen smerige bezigheid. Ik word nu met walging aangekeken door mijn vrouwelijke collega’s maar er is in ieder geval wat leven in de brouwerij, en niemand steelt mijn dropjes meer.

PS: is jou ook opgevallen dat niemand meer lamellen heeft?

LEES MEER OP : STORIES WITH NO NAME – JUST ANOTHER BLOG –

A & B, twee hyperactieve girlfriends, 40+ stuiterballen die hun diep gewortelde liefde voor jaren 70 tv-series, Ibiza, Isabelle Marant en Scandinavisch woondesign met elkaar delen. Ooit verbonden door een Zadig & Voltaire tas stuiteren zij van onderwerp naar onderwerp en verbazen zich er dagelijks over dat niemand anders de grap ervan in ziet. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *